verslag '3-daagse naar Metz-Nancy 2012'

verslag 'wandeling Tiegemberg'

U Zijt Wellekome steunt 'De stem van ons geheugen'.

Naar jaarlijkse gewoonte zongen we op tweede kerstdag Vlaamse kerstliederen.
We mochten meer dan 125 mensen verwelkomen in de stemmige kerk van Bevere.
Het Gregoriuskoor zong de ‘vergeten’ kerstliederen. Ondersteunt door organist Filip Herreman
loodste dirigent Johan Browaeys ons door de gekende klassiekers.
De samenzang groeide af en toe uit tot een kippenvelmoment!

De activiteit was gratis, maar er werd een omhaling gedaan voor een goed doel.
Dit jaar was dat ‘De stem van ons geheugen’.
Een project van de organisaties  Dementie Vlaanderen en Koor&Stem.
Je las er meer over in onze vorige Krekel.

Wij zamelden  €375,73  in, waarvoor van harte dank.

Buiten bleef het gieten, maar de glühwein met cake en de hartverwarmende babbel achteraf deden ons allen deugd.

 

Moezel Moezel Moezel Moezel Moezel

3-daagse naar Metz-Nancy

28 tot 31 april 2012

Zaterdagochtend stond de bus op de Scheldeoever, stipt op tijd om 50 enthousiaste Oudenaardisten op te wachten.
Het holle ruim slikte evenveel reistassen en valiezen in een mum van tijd en in de plensende regen zetten wij koers naar het oosten, waar volgens het weerbericht van 5 uur een kans bestond op opklaringen.
Frank bleek alweer gelijk te hebben, want van zodra we de Maas overgestoken waren, was het alsof iemand hoog in het firmament zijn zaklamp ontstak en trachtte door een iel wolkendek te schijnen.
Intussen was iedereen ook geestelijk wakker genoeg om de briefing van Jan te aanhoren.
Het is altijd fijn om niet als leek in een stad toe te komen.

De bus reed te snel, wij aten te snel, of wij moesten niet aanschuiven aan de toiletten... Een meevaller in tijd moet het geweest zijn, want wij waren een half uur voor op het schema, waardoor wij ruim de tijd hadden om de werken rond het Centre Pompidou te zien (het is tenslotte een verkiezingsjaar).
Wij aten een “tourte Lorraine” in “Les relais d'Alsace”.
Om onze culturele batterij voor 2012 op te laden, bezochten wij met twee gidsen de kathedraal van Metz. Het is een, op de groei, gebouwde kathedraal met een didactische verzameling glasramen van 1220 tot Chagall.
Met een dapper treintje en een sensuele stem van de gids, stoomden wij dan geruime tijd door het stadscentrum. De zon was ons genadeloos aan het oververhitten en droogte plaagde ons.
Toen wij vrij waren snelden we naar één van de talloze terrasjes om er een dubbele Grimbergen zowaar in één slok te consumeren.
De Metzers of Metzelaars of Metzenaardisten kwamen massaal hun pleintjes vullen.
Mottards kondigden luid ronkend hun komst aan, vrouwen met fluo-witte benen genoten van de warmte, sukkels met dikke vesten zag men transpireren, maar één constante was er : de vrolijke gezichten omwille van Laura, de zon.
En wij... we waren hier graag !

Het avondmaal werd opgediend in een zaal die dubbel zo breed leek door de vele stijlvol omlijste spiegels aan de wand. Op een bijna-doodervaring na, was het een prettige tijd om te genieten, te smaken, te babbelen...
Slapen deden wij in een sterrenhotel, onder de bescherming van massief eikenhouten hanenbalken onder de nok of in zeer ruime kamers met een smal bed.

Het leven kwam echter snel weer op gang. Een eivolle ontbijtruimte, koffie en zeep van de frisgewassen hotelgasten.
Buiten druppelden sporadisch fijne regendruppels, maar volgens Hans zou het zonnig worden. Hij kreeg gelijk, want onderweg naar Pont-à-Mousson, de uitvinders van de tropische regens, kwam de balorige zon er door.
De premonstratenzers van Pont-à-Mousson bleken niet zo'n brave doetjes te zijn geweest, niettegenstaande hun dure eden. Ze moesten, alzo de gids, niet onderdoen voor pakweg DSK. Het kwam hierop neer dat deze heiligen in spé hun klooster eind 18de eeuw verlaten hebben, en dat na revoluties, Duitse bombardementen, gemeentelijke verordeningen en protesten, het hele gebouw gedesacraliseerd werd en nu gewoon als cultureel centrum dienst doet.
Behalve de stenen, enkele zuilen, bijzondere wenteltrappen, en sommige vloeren, is alles nieuw.

Van daaruit gingen we op weg naar Nancy. Deze charmante stad ademt “la France” uit.
Brede lanen worden omgeven door platanen en gevuld met strakke en ook met frivole met goud versierde bouwwerken.
Het Italiaans restaurant “les Césars” kocht wellicht de rest van de goudverf op en schilderde muren en plafonds vol.
Omdat het geheel nogal “sober” oogde, bracht de eigenaar, een fel bewonderaar van Michelangelo, een moderne versie van de fresco's van de Sixtijnse kapel op het, te lage plafond, waardoor Mozes, Jezus, alle aartsengelen en heiligen maar een meter boven onze hoofden zweefden.
Een bijhorende luchter met 264000 kristallen, geheel in de stijl, ontsierde de benedenverdieping.
Gelukkig was de kerstversiering er nog om ons tot bezinning te brengen.
Wij aten een overheerlijke quiche Lorraine met pilsbier of wijn en dronken een koffie waarin de lepel nog rechtop stond.

Een wandeling onder leiding van een ingeweken Fries, of van een te zwaar geklede zwarte autochtone dame met een zware voet, maakte ons wegwijs in het gebied van de oude stad en het drooggelegde moeras van Stanislas.
Het is trouwens op het terras van de Place Stanislas dat er voorheen bijna ambras was toen er eentje liever binnen nipte van zijn glas, dan op het terras. :-)
Na de snelle wandeling volgde een trage busrit door de oude binnenstad, langsheen de “art-nouveau-route”.

Terug in het hotel aangekomen, lieten we ons verwennen in een Jacuzzi. De vermoeide voetjes waren ons dankbaar.

Restaurant “des Roches” in Metz serveerde ons ansjovis als amuse gueulle, een slaatje met ham als starter en een heerlijk rood wijntje. Het dienstertje was 17. Ze begreep de vraag niet van “hoe oud zijde gij meiske ?”
Ik zou het ook niet verstaan hebben, maar in 't Frans verstond ze het wel. 17, zo oud als zijn dochter.
Dat weten we nu ook weer.

Was het de vis, de mosseltjes of de chocolade ? Wie zal het zeggen ? Wij hadden grote dorst gekregen.
Behalve een donkere studentenkroeg was er niet veel meer open, dan een terrasje in open lucht.
Het valt op hoe groot de keuze is in Belgische bieren. De bestelling was een bonte mengeling (letterlijk en figuurlijk) en het benieuwde ons of de ober het nog zou weten wie wat besteld had. Een notaboekje kwam er niet aan te pas.
De levering was... correct !

Slapen en ontbijten en rustig de bus opstijgen, met aanmoedigende claxons van wachtende auto's in onze oren.
Op minder dan 10 minuten was de klus geklaard. En dit ondanks een gemiddelde leeftijd van ...?X#:§.
De hemel was bewolkt, maar droog, en er was ons 24° beloofd. Wat moet een mens nog meer ?
Wij reden noordwaarts tussen felgele velden naar de wijnkelder van Bernard-Massard in Grevenmacher.
In al zijn enthousiasme reed de chauffeur eerst het wijnhuis voorbij.
Al snel konden we de Nederlandstalige gids alle finesses van het maken van nepchampagne horen uitleggen.
Een bedrijfsfilm bevestigde nog eens wat we gehoord hadden. En dan was er... de proeverij.
Het beste werd als laatste geserveerd.
Een aantal connaisseurs onder ons, lieten zich verleiden tot het inslaan van een voorraadje hemels vocht.

Later werden we gedropt in Luxemburg-stad, alwaar wij als losgeslagen vee rondhuppelden, onder de klepelende klokken vanuit alle aanwezige torens.
Moe maar voldaan keerden we daarna terug naar de Place de la constipation (lees: Constitution).
Dorstig (althans sommigen onder ons) verlangden we alweer naar de volgende en tevens laatste tussenstop te Tervuren.

Het was een unieke en gezellige reis, waarvoor dank aan :
Jan, Marleen, Claire en Herman voor de uitstekende organisatie.

 

Moezel Moezel Moezel Moezel Moezel Moezel Moezel

tekst van Hans De Smedt, foto's van Frans Van Houcke

 

wandeling Tiegemberg

Was het door de wegenwerken ? Was het de ligging aan de rand van het bos ? Was het door het eerder frisse en druilerige weer ? Wie zal het zeggen, maar het was er stil, daar in het Vossenhol. Een gaai wipte nerveus van tak op tak, een vink zong het overbekende lied. Oudenaarde lag vredig en wazig in de verte.

De gids kwam mooi op tijd om de 14 wandelaars te verwelkomen en onmiddellijk te verrassen met het schitterend privé-museum, net naast de parking van het Vossenhol, genaamd Crypte Malpertuis. Een uiterst vriendelijke, goed bewaarde tachtiger, nodigde ons uit in zijn keldermuseum, alwaar wij adembenemende schilderwerken van zijn vader, Staf Stientjes, konden bewonderen.

Onze gids, Paul Verleyen, vertelde boeiend en gevarieerd over de kunstenaar : zijn leven, vrienden, werken en zijn bijdrage aan de werken van Valerius de Saedeleer.

In het loverrijke kader van het bos aan de overkant, kregen we anekdotes over andere Tiegemse kunstenaars, met name Firmin Colardyn, Gustaaf Van de Woestijne, Valerius de Saedeleer en Modest Huys. Stijn Streuvels uit het naburige Ingooigem was hier een bekend figuur. Sint-Arnoldus, de patroonheilige van ondermeer de brouwers, bleek ook in Tiegem te hebben gewerkt en gewoond.

Het Sint-Arnolduspark, een geliefd bedevaartsoord was nu zo goed als verlaten, maar elke wandelaar zal wel de intentie hebben om er eens terug te keren bij zonnig weer. Landschap en flora hebben een onvergetelijke indruk gemaakt.

Nadat wij de steile ligweide opgeklommen waren zonder morren of hartproblemen, “beloonde” Paul ons met drie privé-ontboezemingen. Je moest erbij geweest zijn !

De heuvelrug ontnam ons daarna de adem door de panorama's en de ontiegelijk dure villa's met bijhorende tuinen. Daaronder menig villa gebouwd in opdracht van ene mijnheer Vital Moreels, gekend nijveraar en burgemeester.

Onze verbeelding werd geprikkeld toen wij een vergezicht hadden kunnen zien op de Leie-vallei aan de overkant. Een waas van vocht ontnam ons echter een scherp zicht. Langs tegelpaadjes en holle wegen geraakten wij terug aan het Vossenhol, alwaar wij onze droge kelen konden tevreden stellen en een hapje eten.

Alle deelnemers waren het erover eens. Paul Verleyen is een gedreven en knappe verteller over de meest afwisselende onderwerpen zoals kunst, geschiedenis, architectuur, literatuur en natuur.

Hans en Leen